George Sand (onder de parasol) op haar domein in Nohant, april 1875. Foto door Placide Verdot.
Welkom in mijn vertrekken, vergeef me dat mijn muren soms een zucht niet kunnen onderdrukken. Overdag ben ik, Nohant, van iedereen. Voeten schuifelen over mijn vloeren, stemmen dempen vanzelf wanneer een deur opengaat. Iedereen kijkt naar haar tafel, haar stoel, haar boeken. Iedereen fluistert haar naam alsof ze hier nog altijd aan het schrijvenis.
Maar ik weet hoe stil een huis kan worden wanneer degene om wie alles draaide er niet meer is. En ze is er al sinds 1876 niet meer, George, of Amandine Aurore, zoals ik haar liever noem, met haar echte naam.
Pas wanneer de laatste bezoeker vertrokken is en de deuren worden gesloten, begint mijn oude leven zich weer in me te roeren. Dan kraakt zonder reden ergens een trede. Dan klatert er even een lach door het kristal in de eetkamer, klinkt verderop een paar maten muziek, meen ik een rok langs een deurpost te horen strijken. Zoon Maurice is weer bezig met zijn poppen, de kinderen rennen door de hal een gast blijft langer dan voorzien. En aan haar werktafel tafel zit Aurore.
Haar pen raspt als een snelschaatser over het blad.
Buiten ademt de tuin in het donker.
Ik weet natuurlijk dat niemand er nog is.
Maar huizen hebben een ander geheugen dan mensen.
En soms, diep in de nacht, vergeet ik dat ik leeg ben.
Nohant in april 1875, Foto door Placide Verdot.
De eetkamer te Nohant
De werkkamer van George Sand in Nohant, met haar bureau en bibliotheek. Foto: Eunostos, 2017, CC BY-SA 4.0.
De grote salon in Nohant.
Het domein in Nohant vandaag.
Er waren avonden waarop ik zelf niet goed meer wist waar mijn kamers eindigden en het toneelstuk begon. Maurice liet bracht achter een klein podium houten wezens tot leven, Aurore voorzag hun van woorden, en rondom me klonk gelach. De doden konden er opstaan, de levenden van gedaante veranderen, een lap stof werd een koningsmantel en een stukje beschilderd hout een aangezicht.
Ik heb altijd van dat theatertje binnen mijn muren gehouden. Misschien omdat een huis en een poppenkast hier soms niet zoveel van elkaar verschilden. Want eerlijk gezegd, als mijn muren oren hadden, dan had ik ze soms dicht willen stoppen door alle drukte. Maar wanneer ze aan het schrijven was, hield Aurore van drukte, van leven, geroezemoes, en over het poppentheater schreef ze dat de marionetten echte personages werden, ‘verweven met alle vrolijke en poëtische momenten van ons huiselijke leven.’
Het poppentheater in Nohant. (CC BY-SA 4.0)
De marionetten van Nohant. (CC BY-SA 4.0)
Het poppentheater, met silhouetten, in Nohant. (CC BY-SA 4.0)
‘Laten we voor onze kinderen iets anders verzinnen,’ vond Aurore, in onze woelige tijden: ‘ Om het even wat: komedies, raadsels, prettige en milde lectuur, marionetten, verhalen, sprookjes – wat je maar wilt, zolang het ons maar even optilt uit onze hartstochten, onze materiële belangen en onze wrok, uit die trieste familietwisten die we politieke, religieuze en filosofische kwesties noemen en die we nooit lichtvaardig zouden mogen aansnijden of bespreken zonder voldoende kennis van zaken.’
Soms denk ik dat Maurice en George met die poppen precies deden wat schrijvers met mensen doen: ze een stem geven, laten botsen, beminnen, denken, vechten, verlangen. Ze konden er hun eigen zielenroerselen in kwijt, en die van anderen verlichten door ze te troosten of er de draak mee te steken. Acht, wat mis ik die avonden.
Maar wanneer het doek viel, wachtte verderop alweer een andere kleine wereld. Een tafel. Papier. Inkt. En Aurore die weer ging schrijven.
George Sands werkkamer, op het gelijkvloers te Nohant (foto Anonimage, 2020, CC BY-SA 4.0.)
Wanneer de anderen gingen slapen, bleef er in me meestal nog één kamer wakker. Aurore schoof haar stoel weer aan, trok het papier naar zich toe en begon opnieuw. Urenlang hoorde ik bijna niets dan het krassen van haar pen. Meestal hield ze pas op wanneer buiten de nacht al begon te verbleken.
Ik heb hier zo veel mensen zien komen en gaan. Hun stemmen zijn verdwenen, hun voetstappen echoën niet meer. Maar van Aurore bleven overal woorden achter. Meer dan ik ooit tussen mijn muren zou kunnen bewaren.
George Sand, handgeschreven brief uit Nohant, 18 november 1857. (Publiek domein)
Elke zomer liet Aurore voor Frédéric Chopin een Pleyel uit Parijs over mijn trappen naar boven sleuren. Hij kon er urenlang op zitten spelen. Aurore liet zelfs deuren bekleden om de muziek een beetje binnen zijn kamer te houden. Alsof muziek zich door een deur laat tegenhouden.
Soms keerde dezelfde maat telkens terug, zoekend en aarzelend, tot zijn vingers eindelijk vonden wat hij nodig had. Dan leek het even alsof niet hij in mij speelde, maar ik in hem.
Eugène Delacroix, voorbereidende tekening voor het dubbelportret van George Sand en Frédéric Chopin, 19de eeuw. Musée du Louvre. Publiek domein.
Frédéric Chopin, handschrift van de Mazurka in B majeur, op. 56 nr. 1, 1843. Publiek domein.
Eugène Delacroix, De tuin van George Sand in Nohant, ca. 1842–1843, olieverf op doek. The Metropolitan Museum of Art, New York. Publiek domein.
Buiten gaat alles gewoon door. Bomen groeien, krijgen een snoeibeurt, lopen weer uit. Misschien dat Aurore daarom zo veel van haar tuin hield: de seizoenen beschreven er de bladeren, zij hoefde het niet zelf te doen.
Terug naar George Sand en Gustave Flaubert