En dan Julie. Ach, Julie. Onze dienstmeid, huishoudster, kokkin, verhalenvertelster en het levende geheugen van Croisset. Er is niet eens een portret van haar. Zo vanzelfsprekend was ze voor ons. Eigenlijk heette ze Caroline – nóg een Caroline, jawel. Ik heet Caroline, mijn betreurde moeder droeg die naam ook, en oma al evenzeer. We wisten nooit welke Caroline het over welke andere Caroline had, dus noemden we haar Julie. Ze was er al toen oom Gustave nog melktanden had en ze wist van iedereen meer dan hun waarschijnlijk lief was: hun gewoonten, hun kuren, hun geheime genoegens en schaamtelijkheden. En vertellen dat ze kon. Als kind hing Gustave aan haar lippen. Veel van wat ik over zijn jeugd heb opgeschreven, weet ik trouwens van haar. Ze heeft ook bijna iedereen overleefd. Misschien was dat wel haar laatste huishoudklus: onthouden wat de anderen niet meer konden navertellen.
Vooraanzicht van het huis van de Flauberts in Croisset, uit de ‘Souvenirs Intimes’ van Carolo (1895)
Ze had een geheugen als een voorraadkast, vol oude liefdesgeschiedenissen, legenden uit de streek, spookverhalen, anekdotes en in haar jeugd was ze eens een jaar aan haar bed gebonden, waardoor ze meer las dan je van een dienstmeid mocht verwachten. Ze las trouwens beter dan ze schreef. Als kind kon oom uren op haar schoot naar haar zitten luisteren. Misschien is daar ‘die bevlieging’ – oma’s woorden – van hem begonnen. Misschien was Julies schoot dan wel niet de wieg van Gustaves schrijverschap, zij was alleszins de bron van zijn hang naar verhalen.
Abbaye de Fontaine-Guérard, bij Radepont, in de streek waar Julie vandaan kwam.
Op het laatst waren Julie en Gustave de laatste twee bewoners van het oude, vervallende Croisset, waar de geesten van de doden de vloerplanken lieten kraken. Ik moet zeggen dat mijn oom, kunstenaar of niet, altijd een reusachtige burgertrut is gebleven. Hij at helemaal alleen in de eetkamer en vroeg soms of Julie na de maaltijd bij hem wilde komen zitten:
Ik had het inderdaad ook niet makkelijk. Mijn teergeliefde echtgenoot had me geruïneerd, en Gustave erbij. Croisset zou onder de hamer gaan. Maar goed, Julie had een gouden hart.
Ze was vaak ook de steun en toeverlaat van onze gasten en bezoekers.